7 x veelgemaakte trainingsfouten door hardlopers

Hardlopen! Deze bezigheid heb ik in de afgelopen maanden weer helemaal terug ontdekt, ik merk dat ik bij deze training helemaal even tot mezelf kan komen en me na de training een heerlijk en voldaan gevoel geeft ongeacht de afstand (lang of kort).

Alleen ben ook ik erachter gekomen dat ik ook wel eens trainingsfouten maak. De zeven fouten op dit lijstje kan ik allemaal afvinken. Niet allemaal heel erg, maar misschien kun je sommige toch beter voorkomen. Vandaag deel ik zeven veelgemaakte trainingsfouten door hardlopers.

1. Te snel teveel kilometers maken

Toen ik voor het eerst ging hardlopen, leek het me handig om zo snel mogelijk veel kilometers te maken. Maar of dat nou zo verstandig was? Nee! Probeer je kilometers rustig op te bouwen. Kijk eerst naar wat je lijf gewend is en probeer vervolgens rustig op te bouwen in duur. Je lijf moet wennen aan de langere inspanning. Als je te snel opbouwt, kun je heel gemakkelijk (onnodige) blessures oplopen.

2. Voeding niet aanpassen op het lopen

Wanneer je fanatiek bezig bent met hardlopen, is het verstandig ook rekening te houden met je voeding. Dat betekent niet dat je je hele eetpatroon moet omgooien. Toch is het verstandig om bijvoorbeeld na een zware training (extra) eiwitten in te nemen, zodat je spieren goed en snel herstellen. Zelf heb ik dit jaren niet gedaan, maar nu merk ik wel dat mijn spieren beter herstellen als ik dit wel doe. Ook voor het hardlopen is het een kwestie van uitproberen wat werkt. Hier zul je zelf wat mee moeten experimenteren wanneer je fanatiek bezig bent met hardlopen.

3. Nooit iets aan core-stabilitity doen

Ik heb het jarenlang niet gedaan, maar sinds een tijdje ben ik weer goed bezig. Ik merk meteen verschil. Door de core-stability trainingen heb ik een betere en efficiëntere looptechniek. Ik heb minder snel last van kwaaltjes. Hieruit blijkt waarom core-stability zo belangrijk is voor hardlopers.

4. Iedere keer hetzelfde doen

Been there, done that. Ik liep vaak dezelfde rondjes met dezelfde snelheid. Op een gegeven moment is je lichaam gewend aan deze intensiteit en deze afstand waardoor er weinig gebeurt. Er is op deze manier weinig progressie te boeken. Nu train ik veel afwisselender, met veel verschillende intervaltrainingen, verschillende afstanden en verschillende snelheden. Nu merk ik ook dat ik mezelf verbeter en er een stijgende lijn te zien is.

5. Trainen als je ziek bent

Ik heb het vaak gedaan: trainen terwijl ik eigenlijk ziek of niet fit was. Verstandig was dat niet altijd. Inmiddels heb ik de volgende regel geleerd. Heb je klachten onder je nek? Dan kun je beter niet gaan hardlopen. Wanneer je alleen klachten boven je nek hebt, zoals: een loopneus, oorpijn of keelpijn dan kan een rustig rondje hardlopen geen kwaad. Wel zou ik aanraden je training aan te passen op hoe je je voelt.

6. Doorlopen met pijntjes

Ooit had ik een blaar onder mijn voet. Helemaal geen probleem zou je zeggen, maar doordat die blaar zo pijnlijk was, ging ik anders lopen. Hierdoor belastte ik mijn enkel anders en kreeg ik steeds meer pijn. Ik had eigenlijk meteen even wat meer rust moeten nemen, maar ik bleef doorgaan. Hierdoor raakten mijn spieren overbelast en kon ik uiteindelijk een langere tijd niets. Maar nu ben ik weer rustig aan begonnen met het opbouwen naar het niveau waar ik ben gestopt.

7. Te snelle duurlopen

En tot slot een fout die ik nog vaak maak: te snelle duurlopen. Ik vind het ontzettend moeilijk om echt rustig te lopen. Momenteel probeer ik veel op hartslag te lopen en dan kijk ik dus niet meer naar mijn snelheid. Dat is misschien nog wel beter dan bezig zijn met snelheid. Trainen in lage zones is zo belangrijk! Van deze trainingsfout ben ik dus momenteel nog aan het leren.

Ik hoop dat jij hier je voordeel uit kunt halen en niet dezelfde fouten maakt als die ik heb gemaakt.

Succes!!!